CONCEPT BOOK ON SADAJA
Ashcrown Boek 4
Report this book
BOEK 4 — LAST CITY Üsküdar, 21 augustus, vijf voor zes ’s morgens. Hatice Demir staat op haar balkon met een glas thee. Aan de overkant van de Bosporus liggen Hagia Sophia, de Blauwe Moskee, de hellingen van…
Private preview on Sadaja
OVERVIEW
About the book
BOEK 4 — LAST CITY Üsküdar, 21 augustus, vijf voor zes ’s morgens. Hatice Demir staat op haar balkon met een glas thee. Aan de overkant van de Bosporus liggen Hagia Sophia, de Blauwe Moskee, de hellingen van Sultanahmet die naar Topkapı afdalen. Vandaag horen er meeuwen te zijn. Vandaag zijn er geen meeuwen. Drie jaar na de aanval die de Galata-brug verdraaide alsof zij een natte handdoek was, en die haar broer in Beyoğlu en haar dochter Sevgi op de pont met zich heeft genomen, weet Hatice wat haar lichaam haar in haar borstkas vertelt voordat haar buurvrouw Sevda het haar komt zeggen. In Yeşilköy ontvangen kapitein Holt en kolonel Volkov via dr. Hassan een meting waarvan de oorsprong onder de Yerebatan-cisterne ligt. In Topkapı-paleis, in de Janitsaar-crypte, ligt iets dat sinds 1626 niet meer is bezocht. En in een wagen ergens tussen Eminönü en Galata-zuid stelt Maya Patel haar echtgenoot een vraag waarvan zij weet dat hij het antwoord niet wil geven. Last City — vierde deel van de ASHCROWN-saga. Istanbul belegerd, één Kolos op de pier, en honderd jaar Janitsaar-stilte die deze week iets te zeggen heeft.
“Proloog Üsküdar, 21 augustus, 05:52 Hatice Demir stond op het balkon met haar glas thee. De stoom kromde tegen de ochtendlucht en verdween over de balustrade. Ze nam een slok. Te heet. Goed. Aan de overkant lag de oude stad. Vanaf haar derde etage zag ze Hagia Sophia met haar koepels als rustende dieren, de Blauwe Moskee daarnaast, de hellingen van Sultanahmet die naar Topkapı afdaalden. Daarachter de oranje gloed die de zon nog niet was. Drieënveertig jaar woonde ze hier. Ze wist hoe deze ochtend hoorde te klinken: eerst de meeuwen op het dak van de visafslag, dan de vrachtschepen door de Bosporus, dan de muezzins die elkaar overlapten. Vandaag waren er geen meeuwen. Het duurde lang voor ze het merkte. Afwezigheid hoor je niet. Het visafslag-dak was leeg en glanzend, en pas toen ze ernaar keek begon ze terug te tellen. Gisterochtend. Eergisteren. Vorige week. Ze zette het glas op de balustrade. In haar borst gebeurde iets dat ze drie jaar geleden voor het laatst had gevoeld. Augustus, ook augustus. Toen was het over de Bosporus gekomen. Het had de Galata-brug verdraaid alsof het een natte handdoek was. Haar broer in Beyoğlu. Sevgi op de pont. Drie jaar geleden had Hatice zichzelf beloofd dat het niet twee keer zou gebeuren. Alsof beloftes iets waren waar de wereld zich aan hield. Op het balkon ernaast schoof een raam open. Geraniums. Sevda stak haar hoofd naar buiten zonder Hatice te zien. Mehmet! Het bleef stil achter het raam waar Mehmet hoorde te zijn. Sevda riep opnieuw. Toen draaide ze haar hoofd en zag Hatice. Heeft hij vanmorgen vroeg het huis verlaten? Ik heb hem niet gezien. Hij neemt zijn telefoon niet op. Misschien zit hij in een vergadering. Sevda keek haar aan. Een vergadering om kwart over zes 's ochtends. Geen van beiden zei iets. Sevda trok het raam dicht. Op de Bosporus was het water glad. Te glad. Het oppervlak had normaal de huid van koud kippenvel. Vandaag was het als olie. Aalscholvers zaten op een boei te dicht bij elkaar, een zwarte vlek tegen de mat geworden zee. Geen enkele vogel vloog op. De Üsküdar-pont van zes uur vijftien was er niet. Hatice keek op haar polshorloge. 6:18. Drieënveertig jaar was die pont er elke ochtend geweest. Ze had er nooit op gewacht en daarom nooit gemerkt dat hij er was. In de keuken piepte de radio. Het pianostuk was halverwege gestopt. In zijn plaats was een ruis gekomen die ritme had: vier kloppen, pauze, vier kloppen, pauze. Een vinger op een tafel. Beneden bij het water begon de muezzin van de Şemsi Paşa de oproep voor het fajr-gebed. Uren te laat. Zijn stem klonk alsof hij wist dat hij voor een lege stad zong. Hij zong de naam van God twee keer. Bij de derde keer brak zijn stem. De noot viel. Daarna kwam de stilte. Hatice voelde haar theeglas trillen. Niet de balustrade. Het glas. Ze pakte het op en hield het op handhoogte. Op het oppervlak zaten ringen. Concentrisch. Drie omlaag, één omhoog. Drie omlaag, één omhoog. Een ritme dat niet bij de radio paste maar dat erop leek zoals een broer op een broer lijkt. Ze zette het glas terug. Aan de overkant, over het water, lagen de koepels die ze haar hele leven had gezien. Ze dacht: ze komen via de Bosporus. Ze waren altijd al onderweg geweest. Hatice dronk haar thee op. Galata-brug, 06:24 Yusuf Kara had zijn lijn al om half zes uitgegooid. Drie jaar lang elke ochtend, op dezelfde plek. Hij was niet komen vissen omdat hij vis ving — de Bosporus gaf hem sinds maart niets meer. Hij was komen vissen omdat zijn zoon hier was gestorven. Murat had niet eens gevist die ochtend. Hij had op de brug gestaan met een vriend toen het uit het water kwam. Yusuf was thuis geweest. De vrouw die hem belde had het ene woord gebruikt waarvan hij niet had geweten dat het bestond: uw zoon. Niets ervoor. Niets erna. Hij had de hoorn neergelegd en geweten. Vandaag was het water als olie. Twintig meter verderop stond Ercan, ook met een lijn. Ercan was jonger en had een kortere baard en was ooit zeven jaar matroos geweest op een Liberiaans vrachtschip. Hij wist dingen over water die Yusuf niet wist. Ercan kwam naar hem toe. Yusuf. Ja. Het water. Ja. Ze keken naar het oppervlak. Ik ga naar huis, zei Ercan. Ga maar. Jij? Ik blijf nog. Ercan haalde zijn lijn in. De haak was leeg. Hij rolde de lijn op en stopte hem in zijn tas en bleef toen nog een tel staan. Yusuf. Het is hetzelfde als drie jaar geleden. Het is anders. Hoe? Yusuf wees naar het water. Drie jaar geleden was het water bang. Vandaag is het water leeg. Ercan keek opnieuw. Hij zag het verschil niet, of hij zag het wel maar hij was de man die naar huis ging en Yusuf was de man die bleef. Hij knikte en liep weg. Een toeristen-stel kwam langs. De vrouw maakte een foto. De man wees naar Hagia Sophia in de verte en zei iets in een taal die Yusuf niet kende. Ze waren niet ouder dan dertig. Hun rugzakken waren nieuw. Ga terug naar uw hotel, zei Yusuf in het Turks. De man glimlachte beleefd. Ga, zei Yusuf, harder. Pak een auto. Ga naar de luchthaven. De vrouw zei iets tegen de man. Ze stopte de telefoon in haar zak. Ze keken Yusuf nog een keer aan met de verlegenheid van mensen die niet wisten of ze beleefd waren of bedreigd, en liepen door. Zijn richting was niet hun richting. Yusuf trok aan zijn lijn. Geen verzet. Hij rolde een meter op. De haak was er nog. Het aas niet. Hij sneed de lijn door en liet de rol in het water vallen. Onder zijn voeten, in de stalen brugconstructie, voelde hij een trilling die geen wind kon maken. Hij keek naar de oude stad aan de overkant. De radio had iets gemeld dat hij niet helemaal had verstaan — iets over de havendienst, iets over een bestuur dat een verklaring zou afleggen voor negen uur. De mensen op de brug liepen die ochtend twee kanten op alsof niemand had besloten welke kant correct was. De brug had altijd twee kanten gehad. Vandaag wist Yusuf voor het eerst van zijn leven welke kant hij koos. Hij pakte zijn tas. Hij liet zijn lijn liggen. Hij liep tegen de stroom in, naar Sultanahmet, naar de plek waar Murat was gestorven. Hij was klaar met wachten.”
AUTHOR
Meet M. da Palma
READER RESPONSE
Reviews
Reader reviews are published after Sadaja moderation.
Be the first reader to review this book on Sadaja.
No reviews yet.
Scan readers can leave the first review below. It will appear after moderation.
SERIES
ashcrown
FROM THE SAME AUTHOR
More books by M. da Palma
CONCEPT Ashcrown Boek 1
ashcrown · 1
CONCEPT DE OERKRONIEK
Kronieken · 1
CONCEPT DRAKENBLOED Boek 1
Drakenbloed · 1
CONCEPT Ashcrown Boek 2
ashcrown · 2
BETA READER DRAKENBLOED Boek 2
Drakenbloed · 2
CONCEPT KRONIEK VAN HET NOORDEN
Kronieken · 2
CONCEPT Ashcrown Boek 3
ashcrown · 3
CONCEPT DE DONDERKRONIEK
Kronieken · 3