CONCEPT BOOK ON SADAJA
Ashcrown Boek 1
Report this book
BOEK 1 — DE EERSTE VAL Shanghai. Vier voor één ’s middags. Een straatlantaarn op de Bund-promenade gaat uit. Daarna twee. Daarna een hele wijk aan de overkant van de Huangpu. Wanneer korporaal Liang door zijn verrekijker kijkt…
Private preview on Sadaja
OVERVIEW
About the book
BOEK 1 — DE EERSTE VAL Shanghai. Vier voor één ’s middags. Een straatlantaarn op de Bund-promenade gaat uit. Daarna twee. Daarna een hele wijk aan de overkant van de Huangpu. Wanneer korporaal Liang door zijn verrekijker kijkt naar de kantelende wolkenkrabber, is hij — samen met negentien anderen op zijn rij — een van de eerste mensen ter wereld die ziet wat de Chinese staat de komende uren niet als een aanval zal kunnen registreren omdat hij er geen woord voor heeft. In New York meet kapitein Darien Holt van het Urban Response Bureau een grondsignaal van vier komma zeven hertz onder een berging in Bay Ridge dat zijn technische dienst graag als subway-trilling wil lezen. In Caïro werkt dr. Vela Hassan aan een dataset uit 2019 die zij destijds had weggeschreven als achtergrondruis. In Moskou ontvangt kolonel Marek Volkov een envelop met daarin een geel briefje van zijn zeven jaar geleden overleden vrouw — een zin in haar handschrift waarvan zij wist dat hij haar pas vandaag zou lezen. De Eerste Val opent M. da Palma’s vijfdelige ASHCROWN-saga over wezens, frequenties en de mensen die in zichzelf iets dragen waarvan zij vóór deze week niet hadden geweten dat het er was. Eerste deel van de ASHCROWN-saga.
“PROLOOG Shanghai — Bund-promenade De Huangpu lag zwart onder de skyline. Aan de overkant brandden honderden ramen geel en blauw, en boven op een wolkenkrabber kantelde een advertentie traag van rood naar wit. Rood-wit, rood-wit. Korporaal Liang volgde het zonder ernaar te kijken. Zijn vinger lag naast de trekker, niet erop. Dat was protocol. Naast hem ademde Wu. Wu was nieuw. Wu was negentien. Wu’s eerste maand bij de Bund-sector, derde nachtwacht, hij had zijn ouders sinds drie weken niet gesproken. “Hoe lang nog,” zei Wu. “Tot ze ons aflossen.” “Wanneer is dat.” “Als ze er zijn.” Wu zweeg. Drie minuten. Toen ademde hij in zoals een jongen ademt voor hij iets wil zeggen dat hij niet moet zeggen, en daarna zei hij niets, en zijn adem ging er weer uit. Op het water lag een veerboot stil. Geen passagiers. De kapitein rookte aan de reling. Liang kon de gloed aanzien aanzwellen en uitsterven. Twee uur lang gebeurde er niets. Aan zijn linkerzijde, vijftig meter verderop op de promenade, stond een tweede tweemansteam, sergeant Cheng en soldaat Ma. Cheng knipperde nu met zijn zaklamp, twee korte, één lange. Alles goed. Liang knipperde terug. Twee korte. Idem. Op zijn oortje kraakte het. “Bund-Oost, Lin Hao. Status.” “Bund-Oost, alles stabiel.” “Bund-Zuid, Xu.” “Bund-Zuid, stabiel.” “Bund-West, Yao.” “Stabiel.” “Bund-Noord, Liang.” “Stabiel.” “Pudong-bunker, Han.” “Han hier.” “Status sector.” “Sector stabiel. Wachten op aflossing om twaalf uur.” Twaalf uur was over zeven minuten. Een straatlantaarn op de Bund ging uit. Liang wachtte. Straatlampen vielen vaker uit. Stedelijk net, geen probleem. Hij keek niet naar de lamp. Twee straten verder ging er nog één uit. Toen drie. Toen tien. “Liang—” zei Wu. “Stil.” Een wijk aan de overkant verdween. Niet geleidelijk. Drie blokken doofden in één seconde, gelijk, in één beweging. Daarboven brandden alleen nog de hoogste verdiepingen van de wolkenkrabbers, geel en blauw, kantelend van rood naar wit. Liangs oortje kraakte. “Bund-Noord, Bund-Noord. Movement bij Lujiazui. Onbekende bron. Status.” Hij drukte op zijn keel. “Niks visueel. Stroomstoring oost.” “Houd positie. Cheng-team.” Vijftig meter verderop hief Cheng zijn hand naar zijn oor. “Cheng-team meldt stroom uit kade-zijde. Geen visueel.” “Sector vraagt visuele confirmatie van schaal.” “Welke schaal,” zei Liang in zijn microfoon. “Onbekend. Daarom vragen we.” Wu liet zijn radio vallen. Hij raapte hem op. Zijn handen werkten niet zoals zij zes seconden eerder hadden gewerkt. Liang hief zijn verrekijker. De overkant was donker. In de donkere wijk waar de lichten waren uitgevallen, bewoog iets dat te ver of te donker was om te zien. De ramen die nog brandden in de hoge verdiepingen knipperden onregelmatig, niet uit, maar onderbroken, in een toon die iets ervoor langs ging. “Visueel beweging,” zei hij. “Geen schaal. Iets gaat langs de gebouwen heen.” “Hoe groot.” “Ik weet het niet.” “Schat.” “Ik schat niet. Ik weet het niet.” Een pauze op de lijn. “Begrepen. Houd positie. Versterking onderweg.” “Vanaf waar.” “Pudong-garnizoen.” “Dat is over de brug.” “Ja.” “De brug staat tussen ons en het.” Geen antwoord. Liang liet zijn verrekijker zakken. De wolkenkrabber kantelde. Niet als een gebouw dat instortte. Als een gebouw dat opzij werd geduwd. Wu maakte geen geluid. Liang voelde hem verstrakken, voelde de hele lijn op de Bund verstrakken, twintig mannen tegelijk. Vijftig meter verderop stond Cheng nu zonder zijn zaklamp. Hij keek niet naar Liang. Hij keek over het water. De wolkenkrabber stond schuin. Bleef schuin. Een seconde, twee. Toen viel hij. Het geluid kwam later. Eerst het beeld, daarna het geluid. Glas en beton en mensen in honderden ramen die nog brandden toen het gebouw de aarde raakte. De donderslag rolde over het water en kwam tegen de Bund met een trilling die door Liangs voeten in zijn ribben sloeg. Daarachter stond iets. Liang kon niet inschatten wat hij zag. Zijn ogen probeerden het op te lossen tot iets met grootte. Dat lukte niet. Het stond. Het was zo groot dat het zijn eigen schaduw blokkeerde tegen de andere wolkenkrabbers, en hij had geen referentie voor hoe ver het van hem af stond. “Schiet— schiet niet—” zei iemand op de lijn. Officier. Stem brak. “Niemand schiet.” “Wat is dat—” “Niemand schiet. Iedereen blijft op positie.” “Sector, dit is Bund-Noord, we hebben—” “Bund-Noord, we zien het op satelliet. We zien het. Houd positie tot we order geven.” Het ding bewoog. De Huangpu kwam omhoog als een wand zo hoog als het overkant-gebouw. De veerboot werd opzij gegooid. De kapitein verdween. Liang zag de sigaret nog één keer aanzwellen tijdens de val, een rode punt die over de reling kantelde, en daarna niet meer. “Evacuatie,” zei een nieuwe stem op de lijn, hoger commando. “Bund-sector, evacuatieprotocol drie. Iedereen achter de barrière. Burgers worden gewaarschuwd via stadsalarm.” Het stadsalarm ging niet aan. Liang wachtte twee seconden. Het alarm ging niet aan. “Sector, het alarm staat niet aan.” “Het alarm— moment—” “Sector. Het alarm staat niet aan.” “We zijn ermee bezig.” “Wie heeft het uitgezet.” Geen antwoord. Het ding deed een stap. De voet kwam neer in het water, vijfhonderd meter verderop, en water spoot honderd meter de lucht in. De Bund trilde. Een tweede stap. De voet kwam neer op de kademuur aan de overkant en de kademuur was er niet meer. “Sector. Sector, het komt deze kant op.” “Begrepen. Evacueer. Evacueer.” “Het alarm staat niet aan.” “We zijn ermee bezig.” Liang draaide zich om. Achter hen lag de Bund-promenade, breed, leeg. Verderop een metro-ingang, dichter een hoteltoren. Hij greep Wu bij de mouw. “Lopen.” Wu liep niet. Wu staarde. “Wu. Lopen.” Vijftig meter verderop bewoog Cheng. Hij trok Ma mee. Ma rende. Cheng rende. Cheng keek over zijn schouder naar Liang en wees met twee vingers naar het hotel. Liang knikte. De promenade trilde. Hij trok Wu mee. Achter hen kwam het water over de kademuur. Niet snel. Het kwam traag, met gewicht, een vloed die zich niet haastte. Daarachter kwam het ding. Het stapte op de Bund. Eén voet. Een hele rijbaan auto’s verdween onder de voet zonder geluid. “Heli. Heli boven.” Vrouwenstem in zijn oortje. Kalm. “Bund-Noord, hier Storkvier. Ik zie jullie. Twaalf man kan ik pakken. Dak van de Peace Hotel, twee blokken zuid. Twee minuten.” Liang keek omhoog. Boven de Bund zwenkte een evacuatieheli laag tussen de gevels, lichten uit, romp grijs tegen de hemel die nu paars werd. “Storkvier, dit is—” “Twee minuten, soldaat. Ren.” Hij rende. Wu rende. Hij hoorde mannen achter zich rennen, hij hoorde geen aantallen. Op vijftig meter — niet meer Cheng en Ma in zijn ooghoek maar daarvoor — kwam de voet van het ding neer op een plek die Liang in zijn perifeerzicht niet kon plaatsen omdat hij niet om wilde kijken. Een gil. Eén keer. Niet langer. Hij keek niet om. Op de lijn kwam Cheng: “Liang.” “Cheng.” “Ma.” Liang hield drie tellen niet — twee, één. “Ma.” “Onder de voet.” “Cheng.” “Ik ga door.” Cheng kwam naast hem rennen op de promenade — dertig meter ten zuiden van waar zij hadden gestaan. Op zijn uniform zat aan de rechterzijde een streep die in de minuten voor dit moment niet was geweest, en aan zijn rechterhand zat geen radio meer. Ma was niet bij hem. Cheng keek niet naar Liang. Cheng keek vooruit. Hij rende harder dan Liang had gezien dat Cheng kon rennen in twaalf jaar. “Storkvier, hoeveel mannen telt u.” “Negen.” Liang zei niets. Hij liep.”
BOOK EXTRAS
Artwork & posters
AUTHOR
Meet M. da Palma
READER RESPONSE
Reviews
Reader reviews are published after Sadaja moderation.
Be the first reader to review this book on Sadaja.
No reviews yet.
Scan readers can leave the first review below. It will appear after moderation.
SERIES
ashcrown
FROM THE SAME AUTHOR
More books by M. da Palma
CONCEPT DE OERKRONIEK
Kronieken · 1
CONCEPT DRAKENBLOED Boek 1
Drakenbloed · 1
CONCEPT Ashcrown Boek 2
ashcrown · 2
BETA READER DRAKENBLOED Boek 2
Drakenbloed · 2
CONCEPT KRONIEK VAN HET NOORDEN
Kronieken · 2
CONCEPT Ashcrown Boek 3
ashcrown · 3
CONCEPT DE DONDERKRONIEK
Kronieken · 3
BETA READER DRAKENBLOED Boek 3
Drakenbloed · 3