CONCEPT BOOK ON SADAJA
Ashcrown Boek 3
Report this book
BOEK 3 — DE STEM ONDER DE STEM Cairo, 17 mei 1956. Khadija Hassan belt aan bij het huis van haar tante Mariam Habib aan de Sharia Ibrahim al-Lakkani. Zij is in vijftien jaar niet binnen geweest. In…
Private preview on Sadaja
OVERVIEW
About the book
BOEK 3 — DE STEM ONDER DE STEM Cairo, 17 mei 1956. Khadija Hassan belt aan bij het huis van haar tante Mariam Habib aan de Sharia Ibrahim al-Lakkani. Zij is in vijftien jaar niet binnen geweest. In de salon vertelt Mariam haar wat haar moeder Layla Habib haar nooit heeft verteld — dat hun grootmoeder Habiba van háár moeder Saliha een lijn heeft ontvangen die sinds 1804 in deze familie heeft geademd. En dat Khadija na vandaag iets zal weten waarvoor haar echtgenoot Sayid in 1944 in de Sahara is gestorven. Acht-en-zestig jaar later — in een Reykjavikse koffiebar bij barkeeper Sjón — neemt Khadija’s kleindochter Vela Hassan een geel dossier aan van geofysicus Solveig Pétursdóttir. In Konya is een vrouw in haar tuin overleden. In Venetië wordt over drieënnegentig uur iets wakker. Konya, Pamukkale, Hradec Králové, Cairo, Aleppo — onder elk van deze plekken klopt iets dat zich sinds duizenden jaren onderscheidt van wat de Mariam-canon noemt het Zesde Verloren. De Stem onder de Stem — derde deel van de ASHCROWN-saga. Onder elke laag van wat de wereld vandaag begrijpt, ademt een laag die het sinds 1804 in een Egyptische familie heeft gedaan. En onder die laag — sinds vijfduizend jaar voor onze jaartelling — wacht iets op iemand die durft.
“PROLOOG — DE STEM ONDER DE STEM — HELIOPOLIS, CAÏRO — 17 MEI 1956 — 14:20 Khadija Hassan belde aan bij het huis aan de Sharia Ibrahim al-Lakkani. De poort werd geopend door een man die niet Egyptisch was en niet Brits. Hij had de mouwen van zijn witte overhemd tot de ellebogen opgerold. "Mevrouw Hassan." "Ja." "Komt u binnen. Mevrouw Habib verwacht u." "En u bent." "Russell Sutherland. Brits-Egyptische coördinatie. Ik werk hier." Zij stapte naar binnen. De voorhof rook naar koffie en hete steen. Sutherland sloot de poort en liep voor haar uit naar de hal met een stramme linkerheup die hij vier maanden lang niet meer had geprobeerd te verbergen. In de hal stond een glazenkast met daarin een koperen schaal met een mannenring erin. Khadija keek even naar de ring en wendde haar blik af. Sutherland leidde haar naar de salon links van de hal. Daar stond Mariam Habib bij het raam met haar rug naar de deur. Mariam was achtenvijftig. Zij was kleiner dan Khadija zich uit haar jeugd herinnerde — niet omdat zij was gekrompen maar omdat Khadija sinds haar vijftiende niet meer in dit huis was geweest. Mariams haar zat in een knot. Haar jurk was zwart. Vanaf 1939 droeg zij geen andere kleur dan zwart. "Khadija." "Tante Mariam." "Kom hier." Khadija liep naar haar toe. Mariam draaide zich om en pakte beide handen van haar nichtje vast. Zij hield ze één lange ademteug tegen haar buik. "Khadija. Sayid." "Tante." "Twee jaar." "Twee jaar en zeven dagen." Mariam knikte en liet haar handen los. "Khadija, ga zitten. Mr Sutherland heeft koffie gezet. Sutherland zet goede koffie. Hij leerde het van Sjokri op de Sharia Talaat Harb — de vader, niet de zoon. Sutherland heeft zijn graf betaald in vierenveertig." "Mevrouw Habib —" "Mr Sutherland. Niet vandaag." Sutherland boog kort het hoofd en liep naar de zijtafel waarop een tweede koffieset stond. Hij schonk een derde kopje in en zette het neer voor Khadija op de lage tafel. Khadija ging zitten op de rieten stoel die naar de fontein wees. Mariam ging tegenover haar zitten. Sutherland bleef staan bij de zijtafel, met zijn rechterhand op een houten kistje dat Khadija nog niet had opgemerkt. "Khadija. Vijftien jaar." "Tante." "Vijftien jaar geleden ging je weg uit dit huis omdat ik tegen jouw moeder had gezegd dat ik niet wilde dat jij met Sayid trouwde. Niet omdat hij geen goede man was. Omdat ik wist wat jij niet wist. Vijftien jaar later ben jij weduwe en zit jij in mijn salon en weet jij wat ik je nu ga vertellen. Tussen die twee tijden ben jij niet hier geweest en heb ik jou drie brieven geschreven die jij hebt verbrand voor jij ze had gelezen. Dat is wat een tante en een nicht in deze familie soms doen. Sinds vannacht ben ik daar spijt van." "Tante — ik wist niet —" "Khadija. Wat jouw moeder mijn zuster Layla heeft geweten en wat zij jou nooit heeft verteld is dit. Onze grootmoeder Habiba heeft van haar moeder Saliha een lijn ontvangen die sinds achttienhonderdvier in deze familie heeft geademd. Onze tante Fawziya droeg die lijn van negentig achttien tot zes-en-dertig. Daarna onze moeder Layla — die heeft hem niet kunnen dragen omdat haar lichaam dat sinds vijfentwintig niet kon, dat is waarom zij vier kinderen heeft verloren voor jij was geboren. Sinds zesendertig heb ik gedragen. Vier-en-twintig jaar. Drie maanden geleden ben ik in de bovenkamer hier op de grond gevallen op een wijze waarop ik in achtenvijftig jaar nooit was gevallen. Mijn lichaam zegt mij dat ik nog twee jaar heb. Misschien achttien maanden. Misschien minder." "Tante — u —" "Khadija. Niet vragen of ik bang ben. Wij in deze familie zijn niet bang. Wij zijn alleen niet voorbereid wanneer wij geen tijd hebben om door te geven. Vandaag heb ik nog tijd. Vandaag geef ik door." "Tante. Sayid wist." "Sayid wist dat ik draagde sinds hij in negenenveertig in de zomer hier had geslapen na zijn studie en mij in de keuken in slaap had zien vallen op een ritme dat jouw moeder hem niet wilde uitleggen. Sayid heeft jou dat niet verteld. Sayid heeft mij in tweeënveertig — toen jij in zwakheid in Alexandrië in de derde week van jouw zwangerschap iets verloor wat jij niemand hebt verteld — een brief geschreven waarin hij vroeg of er iets was dat hij over jouw familie zou moeten weten. Ik heb hem teruggeschreven dat er was. Ik heb hem niet gezegd wat. Hij heeft mij sinds die brief niet meer geschreven." Khadija sloot haar ogen één tel. "Tante." "Mariam." "Mariam — wist Sayid waarom hij —" "Khadija. Sayid is in vierenveertig in de Sahara gegaan omdat hij wist dat de Sahara-Hoorders Egyptenaren zochten die op een wijze konden luisteren die de Britse opnemers niet konden. Hij is gegaan omdat hij dacht dat hij iets kon doen voor iets dat zijn aanstaande schoonfamilie sinds drie generaties had gedragen zonder dat zij zijn hulp hadden gevraagd. Hij is gegaan zonder dat ik wist dat hij ging. Hij is gegaan zonder dat hij wist dat wij hem niet hadden gevraagd. Hij is daar gestorven. Niet voor de Britten. Voor ons." "Tante." "Khadija. Hij heeft jou niet de keuze gegeven of hij dat mocht. Dat heeft hij verkeerd gedaan. Maar hij heeft het uit liefde gedaan. Dat heeft hij goed gedaan. Vandaag vraag ik jou wat hij niet heeft gevraagd. Of jij wilt weten wat hij voor ons heeft gedaan." Khadija keek naar haar tante. Drie tellen. "Tante. Ja." Mariam knikte één keer naar Sutherland. "Hij heeft iets meegebracht waarvan ik wil dat jij het ziet voordat jij vertrekt. Hij heeft ook iets te zeggen waarvan ik wil dat hij het in mijn aanwezigheid zegt en niet in jouw eigen huis op een dag waarop ik er niet meer ben." Khadija keek naar haar tante en daarna naar Sutherland. "Tante. Wat is dit." "Drink eerst je koffie." Khadija dronk. De koffie was sterk. Hij was met kardemom gezet, vier graden boven hoe haar moeder hem ooit had gezet, en zonder de zoetheid die in winkelkoffie uit Down Town zat. Khadija dronk hem leeg in vier slokken. "Tante. Wat is dit." Mariam keek lang naar haar. "Khadija. Op vier maart vierenveertig stond jouw man Sayid bij een eenheid in de woestijn ten westen van Tripoli. Officieel heette zij zestien-twee, antipantser. Onder elkaar heette zij Sahara-Hoorders. Twaalf mannen. Sayid was de Egyptische opnemer. Hij sprak Klassiek-Arabisch zoals wij in deze familie hebben gesproken sinds mijn grootmoeder. Hij was niet bij antipantser, hoe hij dat ook aan jou had geschreven." "Tante." "Khadija. Op vier maart vierenveertig om twee minuten over twee 's nachts hoorde Sayid iets in het zand dat geen ander van de elf hoorde. Hij waarschuwde de eenheid. De eenheid trok achteruit. Eén kilometer westwaarts kwam er iets uit het zand dat de Engelsen sinds achttien daarvoor een Broeder noemden. Vijftien meter lang, ongeveer. Symmetrisch. Plaatstructuur die op zandsteen leek maar het niet was. Drie keer ademhaling per minuut. Vijftien meter — niet groot voor wat zij sinds daarna hebben gezien, maar in vierenveertig was het de eerste die het Brits-Egyptische commando bevestigd kreeg. Sayid was bij de eenheid die niet ver genoeg achteruit was getrokken." Khadija zat stil. "Tante. Hij — de officiële —" "De officiële brief zei pantser-explosie. Mr Sutherland heeft die brief in vijfenveertig in Caïro persoonlijk aan jouw schoonmoeder afgegeven omdat hij eerder die week zijn eigen zoon van twaalf had begraven en omdat hij iemand wilde zoeken aan wie hij iets niet kon zeggen. Hij heeft jouw schoonmoeder niet verteld wat ik jou nu vertel." Mariam keek naar Sutherland. "De band." Sutherland tilde het houten kistje van de zijtafel en zette het op de lage tafel naast het koffieblad. Hij opende het deksel. Binnenin lag een wire-recorder van Brits-Amerikaanse makelij, ongeveer dertig centimeter lang, zwart, met een rolletje wire op de linker spoel. Hij was niet groot. Hij was zwaar — Sutherland tilde hem met twee handen. "Mevrouw Hassan." Sutherland boog kort. "Wat ik nu ga laten horen is opgenomen in Tobroek in april vierenveertig. Mevrouw Habib's stem. De andere geluiden — onder haar stem — komen van vijfhonderd meter ten westen van het kamp, uit het zand. Wij hebben elf weken later twee meter onder die plek een ademende plaatstructuur gevonden die op haar opname reageerde. Wij geloven dat zij sinds maart zesenveertig in slaap is vanwege uw tante. Niet vanwege ons. Wij willen u laten horen waarom wij dat geloven." Khadija keek Mariam aan. "Khadija. Niet praten, mijn kind. Eerst horen." Sutherland draaide aan een handeltje en de wire begon te lopen. Eerst stilte. Daarna een ademhaling van een vrouw — diep, niet menselijk-paniekerig, maar ritmisch zoals iemand die voor een trainingsoefening ademt. Drie cycli. Vier. Op de vijfde cyclus klonk Mariams stem. Klassiek-Arabisch. Eén regel. Yawm darb. Antaqala al-ladhi laysa ana taht 'anfasi. Vandaag gaat over iets anders. Wat niet ik is, ademt onder mijn ademhaling.”
AUTHOR
Meet M. da Palma
READER RESPONSE
Reviews
Reader reviews are published after Sadaja moderation.
Be the first reader to review this book on Sadaja.
No reviews yet.
Scan readers can leave the first review below. It will appear after moderation.
SERIES
ashcrown
FROM THE SAME AUTHOR
More books by M. da Palma
CONCEPT Ashcrown Boek 1
ashcrown · 1
CONCEPT DE OERKRONIEK
Kronieken · 1
CONCEPT DRAKENBLOED Boek 1
Drakenbloed · 1
CONCEPT Ashcrown Boek 2
ashcrown · 2
BETA READER DRAKENBLOED Boek 2
Drakenbloed · 2
CONCEPT KRONIEK VAN HET NOORDEN
Kronieken · 2
CONCEPT DE DONDERKRONIEK
Kronieken · 3
BETA READER DRAKENBLOED Boek 3
Drakenbloed · 3