CONCEPT BOOK ON SADAJA
NachtArchitect Boek 1
Report this book
In Asher wordt niets vergeten. Sommige dingen worden alleen verkeerd bewaard. Elke nacht tussen drie en vier staat Kael Veyron voor zijn raam. Hij telt het flikkeren van het neonbord aan de overkant. Drie jaar geleden is hij…
Private preview on Sadaja
OVERVIEW
About the book
In Asher wordt niets vergeten. Sommige dingen worden alleen verkeerd bewaard. Elke nacht tussen drie en vier staat Kael Veyron voor zijn raam. Hij telt het flikkeren van het neonbord aan de overkant. Drie jaar geleden is hij gestopt met slapen. Hij heeft een dochter van veertien die hij niet meer mag bezoeken, een functie die niet meer in de systemen voorkomt, en sinds vanochtend een notitieboekje dat iemand voor hem heeft geschreven. Erin staat elke beweging van zijn laatste maanden opgetekend. Hij heeft vijf tot zeven dagen. In die week reist Kael door een stad die hem niet meer kent, naar een dochter die hem niet meer herkent, met een jonge vrouw die heeft besloten dat zij zal bewaren wat hij nalaat. Eén vraag staat tussen hem en alles wat hij nog kan vragen. De Nachtarchitect is een ingehouden, beklemmende roman over wat het kost om aanwezig te blijven in een wereld die mensen langzaam verkeerd archiveert.
“Proloog Liva Marn stond achter een raam dat ze niet schoonmaakte. Het was donderdagavond, kwart over elf, het laatste raam dat ze nog had — twee weken geleden was ze verhuisd naar dit appartement op de derde verdieping van een gebouw waar niemand meer woonde behalve zijzelf en een vrouw op de begane grond die niet bekend was met de naam Marn omdat Liva haar die nooit had gegeven. Ze keek over de straat naar het appartement aan de overkant. Vierde verdieping, derde raam van links. Daar woonde Kael Veyron. Daar woonde hij al drie jaar zonder te slapen, en zij wist het al twee daarvan. Het was haar gewoonte om om kwart over elf bij haar raam te gaan staan. Niet omdat er om kwart over elf iets gebeurde — er gebeurde nooit veel bij zijn raam — maar omdat ze op een gegeven moment had besloten dat een vaste tijd haar het minste opviel in haar eigen schema. Twaalf uur was te dramatisch. Tien uur was te vroeg. Kwart over elf was een tijd zonder lading, en als iemand haar ooit zou vragen wat ze om die tijd had gedaan zou ze niet hoeven liegen om iets onverdachts te zeggen. Ze had het notitieboekje open op haar dijbeen. De zevende. Drie kwart vol nu — meer dan ze in twee jaar had geschreven over wie dan ook. Hij was haar werk geworden zonder dat ze had besloten dat hij dat zou zijn. Op de bovenste regel van de pagina van vanavond had ze al geschreven: 23:13 — licht aan in zijn keuken. Hij zet de waterkoker op zonder na te denken. Drinkt niet uit het kopje. Zet het op de bank op een onderzetter die er niet hoort. Dat doet hij sinds zaterdag. Drie tekens. Liva had drie tekens geïdentificeerd in haar tweede maand van observatie en sindsdien wachtte ze tot ze zich zouden voltrekken in zijn leven. Een man die langzaam veranderde zonder dat hij het wist. Een man wiens onbewuste signalen — dingen waarover hij niet nadacht en daarom niet kon verbergen — een afwijking begonnen te tonen die ergens een richting in wees. Teken één: koffie drinken. Een man die drie jaar geen koffie had gedronken omdat het hem niet hielp wakker te blijven, zou koffie weer terug in zijn dag halen wanneer de bescherming begon te verzwakken. Niet uit dorst, niet uit gewoonte. Uit een lichamelijke vraag die zijn lichaam stelde voordat hij er taal voor had. Teken twee: vallen. Of bijna vallen. De bloeddruk-anomalie hield zijn slaap weg maar maakte hem ook fysiek licht — letterlijk lichter, niet in gewicht maar in zwaartepunt. Wanneer dat begon te verschuiven, zou hij struikelen over dingen die niet daarheen waren verschoven. Teken drie: vragen. Een man die het was kwijtgeraakt om iets aan een ander te vragen, zou het op een dag weer doen. Niet groot — een klein verzoek, iets ogenschijnlijk banaal. Dat was waarop ze wachtte. De ene was er nog niet. De twee andere konden elk moment komen. Ze schreef in de marge: *teken één heel dichtbij. Hij gaat het binnen een week doen, denk ik.* Achter haar in de kamer stond een tas — al vier dagen ingepakt. Ze had de zes andere notitieboekjes verspreid: vijf in een huis op de Heuvelweg waar haar vader nog leefde maar niet meer wist welke dag het was, en één bij Aral in waakhuis De Schaduw, voor het geval een gebroken ziel die ze niet kende een dag eerder zou moeten weten wat zij wist. Het zevende hield ze bij zich. Dat zou ze nooit moeten loslaten. Beneden in de straat liep een vrouw met een hond. Een man in een mantel die te lang was voor het seizoen. Een fietser die wegreed van de richting waarin Liva net niet keek. Niets nieuws. Niets verkeerd. Maar toch. Ze keek nog één keer naar het raam aan de overkant. Het keukenlicht ging uit. Daarna ging het licht in de woonkamer aan. Hij zou nu voor de muur staan. Hij stond elke nacht voor die muur tussen drie en vier ‘s nachts, en ze wist niet of dat ritueel hem hielp of hem trager kapot maakte. Ze schreef nog één regel: Als ze morgen komen, hopelijk hebben ze me niet eerder dan ik denk. Ze sloeg het notitieboekje dicht. Stopte het in haar binnenzak. Liep van het raam weg in de richting van haar deur die nog op slot zat en die in vijf seconden niet meer op slot zou zijn, om redenen die zij niet zou meemaken om te begrijpen. Iemand klopte. Niet hard. Het soort klop van iemand die wist dat ze open zou doen omdat ze wist wie er klopte. Liva keek door het kijkgaatje. Ze deed open. Drie straten verder, vierde verdieping, derde raam van links, flikkerde een neonbordje boven een café aan de overkant van de straat van Kael Veyron. Het was 03:13. Het zou het twee minuten doen voordat het stopte, zoals het iedere nacht twee minuten flikkerde rond dit uur en daarna voor de rest van de nacht onaangedaan brandde. Kael wist het. Hij stond ervoor. Hij stond elke nacht tussen drie en vier voor zijn raam. Hij telde de bewegingen van het neon. De mensen op de stoep — meestal niemand, soms één. De seconden tussen het ophouden van het flikkeren en het moment waarop hij zich omdraaide naar zijn muur. Tweehonderdtwintig. Het was altijd tweehonderdtwintig. Hij had het zes maanden lang gemeten. Vannacht was het tweehonderdeenentwintig. Hij telde het opnieuw. Tweehonderdvierentwintig. Hij wachtte tot een derde meting. Tweehonderddertien. Iets in zijn nacht was niet zoals het was geweest. Hij bleef bij het raam staan. Het neon kwam terug — gewoon licht, geen flikkering, een rustig branden zoals het de rest van de nacht zou doen. De stoep beneden bleef leeg. Een uur ging voorbij. Het werd vier uur. Hij telde het langzaam tot vijf, daarna tot zes, daarna stopte hij met tellen omdat het ochtend was geworden. In Asher kwam ochtend door tijd, niet door licht.”
BOOK EXTRAS
Artwork & posters
AUTHOR
Meet M. da Palma
READER RESPONSE
Reviews
Reader reviews are published after Sadaja moderation.
Be the first reader to review this book on Sadaja.
No reviews yet.
Scan readers can leave the first review below. It will appear after moderation.
FROM THE SAME AUTHOR
More books by M. da Palma
CONCEPT Ashcrown Boek 1
ashcrown · 1
CONCEPT DE OERKRONIEK
Kronieken · 1
CONCEPT DRAKENBLOED Boek 1
Drakenbloed · 1
CONCEPT Ashcrown Boek 2
ashcrown · 2
BETA READER DRAKENBLOED Boek 2
Drakenbloed · 2
CONCEPT KRONIEK VAN HET NOORDEN
Kronieken · 2
CONCEPT Ashcrown Boek 3
ashcrown · 3
CONCEPT DE DONDERKRONIEK
Kronieken · 3